Het opvoeden van onze kinderen is een van onze voornaamste taken als ouders. Terwijl de wereld ons soms wil wijsmaken dat wij deze opvoeding beter overlaten aan de maatschappij of aan bepaalde instanties en organisaties, weten wij als christenen dat God ons deze bijzondere taak heeft toevertrouwd. Ik las onlangs nog een zeer goede zin, die ongeveer zo klonk: “Op school leren je kinderen lezen en rekenen. Thuis leren zij manieren en waarden.”

Als vader zou ik dan ook echt niet willen dat mijn kinderen op school herhaaldelijk opvallen omwille van een slecht gedrag, kwetsende woorden of ongepaste manieren. Ik zal dan ook niet verwachten dat de juf ervoor zorgt dat mijn kinderen weten wat goed of slecht is. Dat moeten ze thuis leren. En nog veel belangrijker: ze moeten thuis de Heer leren kennen. Door mijn leven, mijn woorden, mijn daden en mijn wandel. De liefde en de vreze des Heren zijn daarbij twee pilaren die ik wil oprichten in hun levens. Natuurlijk gebeurt dit met vallen en opstaan en schiet ik geregeld te kort. Maar omdat wij van onze kinderen houden, doen wij er alles aan dat zij door ons zo goed mogelijk opgevoed worden.

Het opvoeden van kinderen is dan ook een complexe zaak en een samenspel van bevestiging en aanvaarding, vermaning en correctie, verzorgen en aanmoedigen, bijstaan en loslaten, kansen geven en voor gevaren waarschuwen en nog veel meer. Ieder heeft daarbij zijn eigen stijl en zal het van de Heer moeten verwachten. Hij wil ons krachtig bijstaan in dit proces, ons wijsheid geven en ons behoeden voor fouten.

Géén opvoeding is een teken van een gebrek aan liefde

De Bijbel laat ons duidelijk verstaan dat God wil dat wij onze kinderen opvoeden. Volgens het Woord van God is het zelfs zo dat wij een gebrek aan liefde voor onze kinderen hebben als wij hen niet zouden opvoeden. Het is uiteraard niet onze verantwoordelijkheid wat onze kinderen later met de opvoeding zullen doen die zij van ons gekregen hebben, maar hen niet op te voeden zou hen voor het leven tekenen. Ze zijn dan als bomen zonder diepe wortels die meegesleurd worden door de wind. En zeker als het stormt.

Jezus zei dat zelfs wij als onvolmaakte ouders weten wat goed is voor onze kinderen. We weten dus dat zij moeten bemoedigd en vermaand worden, dat zij richtlijnen en liefde nodig hebben, dat zij dingen moeten leren en afleren… kortom: dat zij moeten opgevoed worden. Als wij dit reeds weten, in al onze onvolmaaktheid, hoeveel meer dan onze volmaakte hemelse Vader! Hij weet precies wat wij nodig hebben om geestelijk volwassen te worden, om “tot volle groei en wasdom te komen,” zoals Paulus het uitdrukt. Net zoals wij onze kinderen opvoeden, wil ook Hij ons opvoeden:

 
Onze natuurlijke vaders hebben ons een aantal jaren naar hun beste weten opgevoed. Maar God weet pas echt wat goed voor ons is, Hij voedt ons op om ons te laten delen in zijn volmaaktheid.
— Hebreeën 12:10
 

In hetzelfde hoofdstuk in Hebreeën lezen wij dan verder dat onze opvoeding door de Heer juist een teken is dat wij Zijn kinderen zijn. Niet opgevoed te worden door Hem zou betekenen dat wij niet zijn kinderen zijn, maar die van iemand anders:

 
Als God u niet terechtwijst wanneer u het nodig hebt, betekent het dat u niet zijn kind bent.
— Hebreeën 12:8
 

Hij voedt ons dus niet op om van ons te kunnen houden, maar omdat wij reeds Zijn geliefde kinderen zijn in wie Hij welbehagen heeft. Net zoals bij aardse ouders, zou het dus juist een gebrek aan liefde zijn moest God ons niet willen opvoeden en doen groeien in Hem.

Niet prettig, maar goed en nodig

De schrijver van de Hebreeënbrief schrijft dan iets wat wij eigenlijk al weten als wij kijken naar de opvoeding door onze eigen ouders:

 
Niemand vindt het prettig terechtgewezen te worden, op het moment zelf worden wij er alleen maar verdrietig van. Maar later zien wij dat het toch goed is geweest.
— Hebreeën 12:11
 

Het element van vermaning, terechtwijzing en correctie in onze opvoeding door de Heer is niet prettig. Het doet zelfs pijn. Maar later, als wij terugkijken, zullen wij zien dat het toch goed is geweest. Ik word liever “beter dan bitter.” God weet bijvoorbeeld wanneer ik gevaar loop een wortel van bitterheid in mijn hart toe te laten. Jakobus zegt dat wij daardoor niet enkel onszelf schaden (bitterheid heeft zelfs een bewezen invloed op onze gezondheid), maar dat wij daardoor ook anderen besmetten. Bitterheid is een besmettelijke ziekte. De schrijver van de Hebreeënbrief noemt het zelfs vergif!

Wie van ons wil graag met een besmettelijke ziekte rondlopen? Ik zeker niet! En daarom wil ik liever de kortstondige pijn van de terechtwijzing verdragen dan de chronische pijn van bitterheid. Ik wil er ook niet voor verantwoordelijk zijn dat anderen door mij besmet worden. Als ik dan terugkijk en de bitterheid kwijt ben, ben ik blij en kan ik zeggen: “Hoe goed dat de Heer mij heeft gewaarschuwd. Halleluja!” Opgevoed te worden door de Heer houdt dus niet enkel in dat Hij ons bevestigt, bemoedigt, omringt, troost, openbaringen schenkt en ons in Zijn armen sluit, maar ook dat Hij ons corrigeert, vermaant en waar nodig terechtwijst. Net zoals in de opvoeding van onze eigen kinderen.

De straf lag op Hem

Jammer genoeg hebben veel christenen het idee dat God ons wil opvoeden door ons voor onze zonden te straffen. Dit denken heeft al generaties van gelovigen vreugde en vrede geroofd en ervoor gezorgd dat zij zich niet langer wilden laten opvoeden, waardoor zij niet verder groeiden. De Bijbel laat ons echter weten dat de straf voor onze zonden op Jezus lag! God is een rechtvaardige God die dezelfde zonde niet twee keer zal bestraffen. De straf die ons de vrede aanbrengt, lag op Jezus en zo zal Hij de straf dus niet ook nog eens op ons leggen. Gods opvoeding heeft dus niets met straffen te maken. Straffen kijkt altijd naar het verleden. Maar het verleden is voorbij. In Jezus zijn wij Gods gerechtigheid geworden en hebben wij volmaakte vrede met God. Onze zonden zijn vergeven. Dit wil niet zeggen dat wij onze zonden niet meer moeten belijden. Maar God staat daar niet met een stok om ons te slaan als wij tot Hem komen! Hij is als de Vader van de verloren Zoon, altijd op de uitkijk naar Zijn kinderen.

Weet je trouwens wat volgens Paulus de enige straf voor zonde is die er bestaat? De dood! Dat zegt Paulus heel duidelijk. De straf voor elke zonde, gelijk hoe groot of hoe klein, is altijd de dood. Als God ons dus zou straffen voor onze zonden, zou niemand van ons nog leven! Maar Jezus stierf juist in onze plaats. Daarom wordt het “plaatsvervangend offer” genoemd, omdat Hij in onze plaats de straf heeft gedragen. Voor al onze zonden in verleden, heden en toekomst.

Maar waarom lezen wij dan in Hebreeën 12 in sommige vertalingen over straf? Omdat sommige vertalers van Hebreeën 12 het Griekse woord “paideuō” met straf vertaald hebben alhoewel de betekenis van dit woord hoofdzakelijk “onderwijzen, opvoeden, trainen, corrigeren, vermanen en vormen” is. “Pais” is het Griekse woord voor kind. Letterlijk betekent het woord “paideuō” dus: “Een kind trainen en instructies geven.” Dit woord werd in de tijd van het Nieuwe Testament ook gebruikt als het erom ging, atleten te trainen en om een Griek de waarden en normen van het Griekse gedachtegoed aan te leren.

Dit woord (“paideuō”) wordt in Hebreeën 12 gebruikt als de schrijver over onze opvoeding door de Heer spreekt, en Paulus gebruikt het woord “paideuō” als hij over de Schrift spreekt:

 
Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust.
— 2 Timotheüs 3:16-17
 

Hier werd “paideuō” dus correct vertaald, dus met “opvoeden.” En het doel van deze opvoeding is hetzelfde als het doel in Hebreeën 12: groei, toerusting en delen in Zijn volmaaktheid. We zien dus dat God onder andere Zijn Woord gebruikt om te doen wat wij in Hebreeën 12 lezen. Hij corrigeert, vermaant en verbetert ons door Zijn Woord. Niet met veroordeling, maar met het oog op herstel en groei.

Geen vrijbrief

Het is niet zo dat wij maar moeten blijven zondigen omdat wij er niet meer voor gestraft worden. De Bijbel zegt dat wij de Heilige Geest kunnen bedroeven door bepaalde handelingen en houdingen. Hij is dan niet beledigd, maar als gentleman zal Hij zich dan wat op de achtergrond houden. Niet als straf of om ons te veroordelen, maar omdat Hij wil welkom zijn. Dat kan voor ons dan best pijnlijk aanvoelen. Maar zo leren wij wat Hem welgevallig is en wat niet. Hij is de HeiligeGeest en wij zijn Zijn tempel.

Verder lezen wij dat God de hoogmoedige weerstaat, maar genadig is voor de nederige van hart. Als heilige God zal de Heer hoogmoed niet bevestigen of ondersteunen, maar juist weerstaan. In Zijn genade zal Hij ons dan mogelijks tegen de lamp laten lopen, waardoor wij leren dat de hoogmoedige weg in Gods koninkrijk geen succes zal kennen. Ook dit is een teken van Zijn liefde voor ons. Hij vermaant ons telkens voor onze bestwil, dat laat de Schrift ons duidelijk weten.

En we oogsten wat we zaaien. Als wij op ons vlees zaaien, oogsten we verderf van ons vlees. Leven in zonde heeft dus zeker gevolgen. Het opent voor de duivel de deur om te binden en te verderven. Zonde moet dan ook beleden worden en de Heer verwacht ook dat wij relaties herstellen voor zover het aan ons ligt. Maar al deze dingen zijn niet hetzelfde als straf. En door géén van deze dingen zal God meer of minder van ons houden. Net omdat Hij reeds onvoorwaardelijk van ons houdt, zal Hij ons in al deze dingen corrigeren en vermanen. En als wij naar Hem luisteren en nederig zijn, zullen wij er beter van worden. Dat staat vast.

Worden wie je in Jezus bent

Als een kind geboren wordt, heeft het reeds alle organen, ledematen en ook de hersenen en spieren zijn reeds aanwezig. Het kind kan nooit “meer mens” worden, maar het kan volwassen worden. De spieren moeten ontwikkelen, de organen en hersenen moeten groeien, het kind moet heel wat leren en het heeft eten, drinken, warmte, bescherming, liefde en duidelijke richtlijnen nodig. Alhoewel een kind reeds van geboorte aan een talent kan hebben voor zang en dans, moet het kind toch een muzikale vorming ondergaan en heel veel oefenen om dit talent volledig te kunnen benutten.

Zo is dat met ons als kinderen Gods ook. We zijn reeds alles in Jezus wat nodig is om met God te kunnen leven. En we kunnen nooit “meer kind” van God worden dan we reeds zijn. We zijn geliefde en gerechtvaardigde kinderen Gods met gaven en talenten en een enorm potentieel. Maar zoals het kind met het zangtalent, hebben ook wij vorming nodig om te worden wie we reeds zijn. Of, om het anders te zeggen: om de vrucht van onze gerechtigheid te zien ontwikkelen en deze volledig te kunnen benutten. De schrijver van de Hebreeënbrief drukt het zo uit:

 
En alle terechtwijzing als die tegenwoordig is, schijnt geen zaak van vreugde, maar van droefheid te zijn; doch daarna geeft zij van zich een vreedzame vrucht der gerechtigheid degenen, die door dezelfde geoefend zijn.
— Hebreeën 12:11
 

Dit is een wat oubollige vertaling, maar ze geeft heel goed weer wat de schrijver in de grondtekst zegt. Als de Heer ons terechtwijst, vermaant of corrigeert, is dit pijnlijk. Maar als wij erin geoefend zijn, dus als wij het ondergaan, niet weglopen, erin volharden, zal het ervoor zorgen dat ons karakter ontwikkeld wordt, dat we sterker worden, groeien en dat onze gerechtigheid vrucht draagt. Met andere woorden: dat in onze ziel en ook uiterlijk zichtbaar wordt wat innerlijk (in onze geest) reeds een realiteit is.

Omstandigheden

De Heer gebruikt voornamelijk Zijn Woord, Zijn Geest en andere christenen om ons op te voeden. Maar Hij gebruikt ook omstandigheden om ons te vormen en te doen groeien. Hier moeten wij wel heel erg opletten dat wij God de schuld geven voor omstandigheden die op zich niet eens Zijn wil zijn. God is niet de veroorzaker van tegenspoed, problemen, vervolging of ongerechtigheden. Maar Hij zal deze dingen ten goede laten medewerken, als wij volharden.

Als de Bijbel van vorming en opvoeding spreekt, gebruikt hij onder andere een woord in het Grieks dat in het Engels het woord voor “fitnesstudio” en “turnzaal” is geworden. Wat doen mensen in fitnesstudio’s? Ze werken aan hun conditie en heffen gewichten. Ze overwinnen een weerstand en doen onprettige dingen om sterker te worden, spieren te kweken en af te vallen.

Deze wereld is dus om het zo te zeggen onze “fitnesstudio” en zit is vol met gewichten, loopbanden, hometrainers en vermoeiende oefeningen. En onze God is gewoonweg geniaal en slaagt erin om deze obstakels en moeilijke omstandigheden te gebruiken om ons sterker te maken. Hij veroorzaakt de uitdagingen in ons leven niet (“enkel goede en volmaakte gaven komen van de Vader des lichts”), maar Hij weet ze te gebruiken om ons te vormen en waardevolle lessen te leren.

Loop niet weg

Omwille van de tijdsgeest en ons vlees, willen wij echter veel liever weglopen dan de weerstand te overwinnen en te groeien. Moeilijkheden uit de weg gaan en uitdagingen naast ons neerleggen is gemakkelijker en leuker voor ons vlees. En de Hebreeën waren ook in de verzoeking om dit te doen. Ze werden vervolgd en betaalden een soms hoge prijs voor het feit dat zij als Joden Jezus als Messias hadden aangenomen. Sommigen werden door hun familie uitgesloten en onteigend. Ze kregen spot te verduren en de Romeinen gooiden geregeld sommigen van hen in de gevangenis. In het midden van deze dingen moedigt de schrijver hen aan om niet op te geven, maar te volharden door op Jezus te zien:

 
Denk dus alleen aan Hem. Hij heeft het verdragen dat de mensen niet naar Hem wilden luisteren en Hem zelfs hebben gedood. Als jullie daaraan denken, zullen jullie niet moe worden en niet opgeven.
— Hebreeën 12:3
 

Als Jezus niet had volhard, waren wij allen verloren gegaan. Maar Hij heeft alles verdragen om ons te kunnen redden! En zo moeten ook wij niet weglopen als het moeilijk wordt. Het leven is een wedloop en bij momenten een echte puinhoop. Maar onze Heer zal deze dingen ten goede laten medewerken waardoor wij, als wij onze ogen op Hem gericht houden en niet weglopen, een beproefd geloof zullen verkrijgen, sterk zullen worden in Hem en op het einde met Paulus zullen kunnen zeggen:

 
Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de wedstrijd uitgelopen. Ik heb het geloof vastgehouden.
— 2 Timotheüs 4:7
 

Zoals een diamant slechts door grote druk kan ontstaan, kunnen wij op bepaalde gebieden van ons leven pas echt schitteren als wij onaangename omstandigheden en moeilijkheden samen met de Heer en in vertrouwen op Hem doorlopen in plaats van ervan weg te lopen. Opnieuw: het is niet de Heer die ons het leven moeilijk maakt. Maar Hij vormt ons door deze dingen als wij daarvoor open staan. En als wij het alleen niet kunnen, heeft de Heer ons als broers en zussen aan elkaar gegeven om elkaar tot steun en bemoediging te zijn. Zie dus op Jezus en op wat Hij voor je verdragen heeft. Dan zul je moed krijgen om je uitdaging onder ogen te zien en er sterker door te worden.

Let wel: nergens leert de Bijbel dat God wil dat wij door moeilijke omstandigheden uiteindelijk de nederlaag lijden, op straat belanden of ziek worden. God wil ons de overwinning schenken, ons herstellen en genezen. Maar de weg tot aan de overwinning is altijd een kans tot groei. Een kans om bij te leren, lasten en zonden af te leggen en helemaal afhankelijk te worden van Hem.

Je bent niet alleen

Soms krijgen wij het idee dat wij de enige zijn die het lastig hebben, die tegen dingen aanlopen of die nog serieus moeten groeien. Maar dat is een leugen. De schrijver van de Hebreeënbrief heeft in hoofdstuk 11, dus juist voor hoofdstuk 12, over de geloofshelden gesproken. Hij schreef over mensen die met allerlei onmogelijke dingen geconfronteerd werden, maar die door hun geloof en de hulp van de Heer de overwinning behaald hebben. Enerzijds toont ons dit de kracht van het geloof. Anderzijds toont het ons dat wij echt niet alleen zijn. Iedereen staat voor uitdagingen. En iedereen moet zijn ogen op Jezus gericht houden die, zoals de schrijver dan in hoofdstuk 12 zegt, Zelf heel wat heeft verdragen.

Geloof gaat dan ook niet om wat ik allemaal kan maar om wat Jezus in mijn leven kan doen. Geloof ziet altijd op Jezus. Hij is ons doel en onze Overwinnaar. En wij mogen in Zijn overwinning delen. Kleed je dan ook in Zijn overwinning en in alles wat Hij voor je gedaan heeft door je wapenrusting aan te trekken en de duivel te weerstaan als hij je met zijn leugens en negatieve gedachten lastigvalt en je wil wijsmaken dat je zult falen. En ook hierin ben je niet alleen. Iedereen van ons moet dit doen. En zo strijden we zij aan zij in het leger van de Heer. En als iemand van ons even te zwak is om verder te gaan, helpen wij hem of haar op. Dat betekent het om voor elkaar in de bres te staan. Samen zijn we sterk.

Vreugde is ook een keuze

Het is normaal dat wij in deze wereld bij momenten verdrietig zijn en het moeilijk hebben of niet meer zien zitten. Maar het is niet normaal dat wij chronisch neerslachtig worden of ons helemaal laten gaan. Ik weet wat het is om voor moeilijkheden te staan en het even niet meer te zien zitten. Maar ik weet ook dat er altijd een reden is tot vreugde, tot lofprijs en dankzegging. Paulus roept ons dan ook op: “Verheugt u te allen tijde.” Dus ook in tijden van moeilijkheden en als de Heer ons vermaant.

En dat is ook zinvol, want elke vermaning en moeilijkheid houdt een kans tot groei in, een kans om Jezus aan het werk te zien in ons leven, om weer een stuk meer op Hem te lijken en om de vrucht van de Geest in ons leven te zien groeien. Het is toch heerlijk als wij bijvoorbeeld vaststellen dat wij geduldiger en verdraagzamer geworden zijn. Daarom kunnen wij ook onder alles danken. Het leven is geen pretpark. Maar wij kunnen ervoor kiezen om blij te zijn. Dit is geen goedkope peptalk. Wij zijn zo enorm gezegend. We hebben zoveel en nog veel belangrijker: wij hebben Jezus! Hij heeft ons eeuwig leven geschonken en Hij zegent ons elke dag opnieuw! Tel dus je zegeningen en je zult blij worden, ook als het even moeilijk gaat.

Een schitterende heerlijkheid

Ik wil sluiten met de woorden van Paulus uit Romeinen 8, woorden die ons kunnen blij maken ondanks alle uitdagingen en problemen in ons leven:

 
Ik weet zeker dat wat voor lijden wij hier ook doormaken, het in het niet valt bij de schitterende heerlijkheid die God ons straks zal laten zien.
— Romeinen 8:18
 

Wees dus blij! Verheug je! God staat aan je kant. Hij wil je de overwinning geven. En de weg tot aan de overwinning is een kans tot groei en om te worden wie je in Jezus bent. Zijn vermaningen Zijn een bewijs van Zijn liefde voor jou en wat hierna komt zal alles wat we nu ondergaan in het niets doen verdwijnen. Ons wacht een schitterende en onvergankelijke heerlijkheid in Gods tegenwoordigheid!

Halleluja!

Amen.