Micha (48) woont samen met zijn vrouw Ilse (47) in het landelijke deel van Deerlijk, waar ze omringd worden door 2 honden, enkele fretjes en een aantal roofvogels. Samen hebben ze twee kinderen, Elien en David. Micha heeft rust gevonden in zijn leven. Maar dat is niet altijd zo geweest, vertelt hij zelf …


 
 

Tijdens mijn kindertijd waren mijn ouders Jehovah’s Getuigen. Ik geloofde ook in God, maar door alle wetten en regeltjes, ellenlange deur-tot-deurwandelingen en saaie bijeenkomsten had ik een negatief beeld over de kerk. Op school werd ik uitgelachen, want ik was ‘wereldvreemd’ omdat we thuis geen verjaardagen of Kerstmis vierden. Mijn realiteit was anders dan die van mijn leeftijdsgenoten en ik werd het buitenbeentje van de klas.

Toen ik 10 jaar oud was, stonden mijn ouders niet meer achter de leer van de Jehovah’s Getuigen. We verlieten de kerk waardoor er een moeilijke periode aanbrak. Mijn ouders raakten vrienden kwijt, mijn vader greep naar de fles en zelf werd ik op school steeds vaker gepest. Ongeveer 2 jaar later kwamen mijn ouders in contact met pinksterchristenen en sloten ze zich aan bij een huiskerk. Door mijn ervaring met de Jehovah’s Getuigen, had ik geen zin meer om mee te gaan. Onder dwang van mijn ouders ben ik één keer gegaan, maar omdat ik het te bont had gemaakt, is het daarbij gebleven.

Als tiener begaf me steeds vaker in de wereld van de heavy metal. Ik leerde vrienden kennen die met dezelfde problemen worstelden als ik. We waren rebels, wilden uitgaan en stoer doen. In de zomervakantie liepen we weg van huis en werden we opgegeven als vermist. Toen ik enkele dagen later terug thuis kwam, werd ik niet warm onthaald. Diezelfde vakantie probeerde ik me te herpakken, want in september zou ik naar een nieuwe school gaan. Ik besloot geen pesterijen meer te accepteren, maar tijdens de eerste schooldag liep het al fout: toen alle namen werden afgeroepen om te controleren op aanwezigheid werd mijn naam verkeerd uitgesproken. De kerel die mij uitlachte moest het ontgelden. Mijn reputatie was meteen gemaakt.

Biker on the run

Op mijn veertiende startte ik al op leercontract in een slachthuis. Ik ging steeds vaker uit en belandde zo in het bikersmilieu. Het voelde als thuiskomen. Als jongste van de bende werd ik de mascotte. Ik trok er vaak op uit met mijn bromfiets—wat later zelfs met een echte motorfiets. Mijn ouders hadden intussen hun plek gevonden in de kerk Ichthus. Ze zagen dat ik op zoek was maar de weg niet vond, en begonnen vurig voor mij te bidden.

Ik trok steeds vaker op met oudere jongens en zocht naar nieuwe kicks. Het gebruik van alcohol en drugs nam snel toe, net als de drang om te vechten. Zo herinner ik me een avond dat ik ruzie had met zowat iedereen in het café. De ruzie escaleerde en ik sloeg mijn glas kapot om iemand neer te steken. Even later werd ik wakker in een ander café, maar ik wist niet hoe ik daar terecht gekomen was. Deze gebeurtenis zorgde voor een keerpunt in mijn leven—al kan ik nog steeds niet verklaren waarom—maar toen ik om 4 uur ’s ochtends thuis kwam, zei ik tegen mijn moeder dat ik zondag mee zou gaan naar Ichthus.

 
 

Terwijl Martie met mij bad, vertelde ze dingen uit mijn leven die niemand wist. Deze ervaring was een nieuwe mijlpaal. God had gesproken. Ik wilde mijn leven in Zijn handen leggen.

 
 

Ichthus – eindelijk rust?

Op achtienjarige leeftijd stapte ik voor het eerst Ichthus binnen. Inhoudelijk stak ik er weinig van op, maar door er gewoon te zijn, ervoer ik een ongekende rust. Vanaf toen bevond ik me tussen twee werelden: die van het uitgaan en die van een verlangen naar innerlijke rust. Ik probeerde me te herpakken door me als een christen te gedragen, maar ik bleef de touwtjes stevig in handen houden. Door regelmatig naar Ichthus te gaan, ontmoette ik mensen die me steunden in mijn zoektocht naar rust en mijn verlangen om als christen te leven. Ik leerde er ook Ilse kennen en we begonnen een relatie.

 
 

Wat later woonden we samen een conferentie bij van Martie Haaijer, een Nederlandse evangeliste. Tijdens haar samenkomsten werd er met mensen gebeden, maar ik bleef koppig op mijn stoel zitten. Toen ze een specifieke oproep deed voor iemand die veel had meegemaakt, wist ik dat ze het over mij had. Na lang aarzelen, stond ik toch recht. Terwijl Martie met mij bad, vertelde ze dingen uit mijn leven die niemand wist. Deze ervaring was een nieuwe mijlpaal. God had gesproken. Ik wilde mijn leven in Zijn handen leggen.

Kind van God of president van de motorclub?

Ilse en ik trouwden kort daarna en we kregen een dochter, Elien, en een zoon, David. Intussen was ik ongeveer 25 jaar en had ik in Ichthus de leiding over de tieners. Geëngageerd wilde voluit voor God leven. Wat later stapte ik mee in het bestuur van het christelijk jeugdhuis “De Weerstand”. Toch voelde ik me nog steeds een buitenbeentje. Het gevoel nergens écht bij te horen bleef maar knagen. Ik zag mezelf zoals ik dacht dat mensen me zagen. Ik probeerde de juiste dingen te doen, maar vanuit eigen kracht.

Ik sloot me aan bij de christelijke motorclub CMA (Christian Motorcycle Association). We zochten andere clubs op om hen over God te vertellen. Vanzelfsprekend liep ik oude bekenden tegen het lijf, maar in plaats van hen te vertellen over mijn nieuwe leven met God, liet ik me terug beïnvloeden. Toen we met 3 leden van de CMA geschorst werden, besloten we zelf een nieuwe club op te richten. Het begon als een kleinschalige vriendenclub, maar we rolden in de wereld van de 'one percenters' en telden al gauw ongeveer 40 leden. Ik werd president van de club en greep terug naar drank, drugs en geweld. Terwijl Ilse voor de kinderen zorgde en al jaren voor mij bad, ging het met mij terug de verkeerde kant uit.

“Nu moet je kiezen.”

In 2008 gebeurde het onvermijdelijke. Ik werd wakker in een ziekenhuiskamer—naakt en vastgebonden aan een bed. Chirurgen waren uren aan het werk geweest om mij te redden van een overdosis. Ilse kon het even niet meer aan en kwam niet meteen op bezoek. Terwijl ik daar alleen lag, heb ik God heel intens ervaren. Hij zei: 'Mijn hand is altijd boven je hoofd geweest, maar nu moet je kiezen. Als je voor Mij kiest, geef Ik je je leven en je gezin terug. Ik zal je in alles herstellen en alles ten goede keren. Ik laat je echter los wanneer je ervoor kiest om door te gaan zoals je nu leeft.’. Hij kon niet duidelijker zijn. Ik moest kiezen en toch had ik het daar erg moeilijk mee, want als president van mijn club had ik macht en aanzien. Geert, een vriend uit Ichthus, stuurde mij in de juiste richting zonder het zelf te beseffen. Nog voor ik in het ziekenhuis was beland, had hij geholpen bij onze verhuis. Hij deed zowat alles, terwijl ik aan het drinken was met mijn vrienden. Twee dagen nadat ik uit het ziekenhuis was ontslagen, stond hij aan mijn deur. Omdat ik respect voor hem had gekregen door de verhuis, liet ik hem binnen en hadden we een gesprek. Na lang twijfelen, koos ik toen terug voor God, met de intentie dat ik deze keer een echte relatie met Hem wilde.

 
 

Valkerij is nu een passie geworden en God gebruikt het om mij te vormen. Ik leer geduldig te zijn, wanneer de vogels niet doen wat ik wil.

 
 

In het begin dacht ik nog regelmatig aan mijn bikersclub. Ik had nog een concertticket liggen voor de rockgroep AC/DC in Amsterdam, dus besloot ik nog een laatste keer mee te gaan met mijn oude vrienden. Met zo'n dertigduizend man waren we op weg naar het optreden toen ik ineens iemand op mijn schouder voelde tikken. Toen ik mij omdraaide, vroeg een man of ik Jezus kende. Ik wimpelde hem af met een snel antwoord en draaide me terug om. Maar hij tikte opnieuw op mijn schouder en vroeg of ik Jezus écht kende. Toen ik met hem wou spreken, verdween hij in het niets. God liet me op die manier opnieuw weten dat Hij bij me was. Ik had geen zin meer in het concert. Vanaf dat moment zei ik mijn oude leven definitief vaarwel. De Heer gaf Zijn bescherming en begon mij te herstellen. Er werden serieuze afspraken gemaakt met de club. Represailles zijn in dergelijke situaties niet ongewoon, maar ze lieten me met rust. Ik heb nooit moeite gehad om van de drank en de drugs af te blijven.

Ilse steunde me vanaf het begin onvoorwaardelijk. Jarenlang zorgde ze alleen voor de kinderen, het huishouden en voor mij. Jarenlang ging ze—samen met vrienden en familie—op haar knieën voor mij en richtte ze haar ogen op God. Ze kreeg van Hem de belofte dat we voor elkaar bestemd zijn en daar is ze altijd in blijven geloven. Enkele jaren na ons huwelijk zag ze ook een beeld waarin ze de vlag aan een mast was. God waarschuwde haar dat ons huwelijk niet gemakkelijk zou zijn, maar als ze zich bleef vasthouden aan Hem, zou het standhouden—hoe hard die vlag ook zou wapperen.

“Zo zachtmoedig als Mozes.”

Toen ik volledig uit de wereld van de MC's was gestapt, had ik tijd over en begon de verveling toe te slaan. Tot ik iemand op bezoek kreeg die ooit een roofvogel had. Dat sprak me zo aan dat ik meteen een roofvogelclub bezocht en me inschreef voor een opleiding tot valkenier. Ik studeerde twee jaar later af met grote onderscheiding. Valkerij is nu een passie geworden en God gebruikt het om mij te vormen. Ik leer geduldig te zijn, wanneer de vogels niet doen wat ik wil. Ik word euforisch wanneer ze na enkele dagen terugkomen uit die ene boom waar ze koppig bleven zitten. Op die manier laat God me zien hoe euforisch Hij is telkens ik bij Hem terugkom.

Jaren geleden, tijdens de conferentie met Martie Haaijer, kreeg ik dit woord: "Ik maak je zo zachtmoedig als Mozes". God is nog steeds aan het werk in mij. In mijn leven heb ik vooral dit geleerd: “Je bent niet wie je bent in de ogen anderen. Je bent wie God zegt dat je bent, namelijk uniek, geliefd, waardevol en gemaakt naar Zijn beeld!”