Het woord communiceren is afkomstig van het Latijnse woord communicare, wat de betekenis heeft van “iets gemeenschappelijk maken”. Als je communiceert maak je dus iets gemeenschappelijk wat voordien individueel was. Je deelt iets van jezelf met iemand anders of met meerdere anderen met de bedoeling dat de andere daarop reageert. We communiceren voortdurend met woorden, gebaren, gedrag en zelfs welbewust zwijgen kan een vorm van communiceren zijn.

Communiceren betekent in de praktijk: je verhaal kunnen vertellen aan iemand die luistert, je gedachten bij anderen kunnen aftoetsen, je vragen kunnen stellen en een antwoord ontvangen, je twijfels kunnen uitten, je vreugde of je verdriet kunnen delen, iemand bemoedigen of bemoedigd worden, begrip tonen of begrepen worden, iemand aansporen of zelf aangespoord worden, je angst kunnen verwoorden of je zorgen, voor iemand een oor kunnen zijn. Tegen iemand kunnen zeggen ‘ik zie je graag’ of horen hoe iemand dat tegen jou zegt, je excuses kunnen aanbieden, je spijt kunnen uitdrukken of je frustratie of je kwaadheid …

 
 

Tegenwoordig kan vrijwel iedereen op elk moment met iedereen communiceren. De enige voorwaarde is dat je beschikt over een goed werkend apparaat, de nodige stroomvoorziening en de nodige verbindingen. Internet, Facebook, Twitter, e-mail, Skype en vele andere, ze stellen ons allemaal in staat om voortdurend met de rest van de wereld te communiceren. En daar wordt gretig gebruik van gemaakt. Bij sommigen is het bijna een obsessie geworden om voortdurend met anderen in contact te zijn. Het geeft hen een soort gevoel van belangrijkheid en het lijkt bovendien te voorzien in een diepe behoefte. Wat er dan allemaal gecommuniceerd wordt blijkt zelfs niet eens zo belangrijk, als er maar gecommuniceerd wordt.

Ik stam uit een tijd waarin communiceren nogal anders verliep. Toen ik nog een kind was bestonden er geen computers, geen gsm’s, geen tablets, geen smartphones. De ‘gewone’ mensen hadden zelfs niet eens een telefoon. Mijn grootvader had er één voor beroepsdoeleinden, omdat hij aannemer was. Zo’n zwart ding met een draaischijf en—ongelooflijk—zonder touchscreen. Maar je kon hem alleen bereiken op die momenten waarop hij fysiek in zijn kantoor aanwezig was. Wie kan zich dat nu nog voorstellen?  Communiceren deed je toen door rechtstreeks met mensen te spreken op het ogenblik dat ze voor je stonden. En als ze echt te veraf woonden, kon je ook af en toe eens een brief schrijven (waarin de spellingsfouten niet automatisch werden gecorrigeerd).

 
Als je iets van je gedachten of gevoelens met anderen wilt delen, loop je het gevaar dat je niet, niet helemaal of zelfs volkomen verkeerd begrepen wordt.
 

Communiceren—ik bedoel goed en duidelijk communiceren—kan soms moeilijk zijn. Als je iets van je gedachten of gevoelens met anderen wilt delen, loop je het gevaar dat je niet, niet helemaal of zelfs volkomen verkeerd begrepen wordt. Ieder van ons kent dit wel. Je probeert iets met handen en voeten uit te leggen, je doet je best om datgene wat voor jezelf duidelijk is over te brengen maar aan de andere kant komt het niet over zoals je het hebt bedoeld. Na een gesprek vraag ik soms aan degene die tegenover mij zit: zeg me nu eens wat jij denkt dat ik heb willen zeggen. Af en toe verbaas ik mij dan over het antwoord dat ik krijg. De verleiding is dan groot om te denken dat die ander niet zo slim is, geen inlevingsvermogen heeft, niet goed heeft geluisterd of niet wil begrijpen. Meestal denk ik er dan niet aan dat ik misschien zelf niet goed heb gecommuniceerd want ik heb toch mijn best gedaan en wat ik heb willen zeggen was toch wel duidelijk zeker?

Is het vanzelfsprekend om te veronderstellen dat communiceren altijd juist verloopt? Dat wij zelf altijd in staat zijn om de juiste woorden te vinden? Dat de ander altijd precies begrijpt wat we bedoelen en daardoor altijd op de juiste manier kan reageren? Mogen wij er eigenlijk wel van uit gaan dat anderen ons altijd kunnen begrijpen, altijd met ons kunnen meevoelen, zich in onze situatie kunnen verplaatsen, de juiste antwoorden kunnen geven op onze vragen? Spelen factoren als geslacht, leeftijd, afkomst, opleiding, opvoeding, ervaringen en andere mogelijks toch wel een rol? Gelukkig kunnen we veel met elkaar delen en lukt het ook wel om over heel wat zaken redelijk goed te communiceren. Maar dit is lang niet altijd het geval.

Bidden … IS communiceren. Maar aan de kant van God zijn alle voornoemde problemen niet aanwezig. Er zijn geen technische moeilijkheden zoals een stroomuitval, een platte batterij op het verkeerde moment, een virus of cyberaanval. Je beschikt ook altijd over de laatste updates en je moet er niet eens voor betalen.

Het maakt niet uit of je man bent of vrouw, jong of oud, rijk of arm, gaan werken bent op je veertiende of gestudeerd hebt tot je vijfentwintigste, je opgegroeid bent in een liefdevol gezin of door je ouders werd verstoten en door je broers en zussen of anderen werd genegeerd.

Het maakt niet uit of je fluistert, luid praat, prevelt, roept of gewoon zucht. Je wordt altijd gehoord. Je woorden hoeven niet volmaakt te zijn want ze worden altijd juist begrepen. Zelfs als je niet in staat bent om te verwoorden wat je denkt, bedoelt of voelt … zelfs dan wordt je begrepen.

Je hoeft ook niet te vragen: past het nu wel, stoor ik niet? Nee, je stoort niet en je krijgt altijd Zijn onverdeelde aandacht, Zijn oprechte interesse, Zijn liefdevol medeleven, Zijn volkomen begrip. Er is bij Hem bovendien geen veroordeling noch afwijzing.

Of je zit, ligt, staat, knielt, loopt, rijdt, kruipt, wandelt; of je thuis bent, op je werk of ergens op weg—Hij ziet je, hoort je, voelt je, en begrijpt je volkomen.

De ‘communicatielijnen’ blijven bij Hem altijd open, ook als je zelf beslist om ze een tijdlang af te sluiten omdat je niet meer wilt, kunt, durft, kwaad of ontgoocheld bent, geen geloof meer kunt opbrengen, geen goesting meer hebt of gewoon je eigen weg wilt gaan. Hij wacht tot je weer ‘verbinding’ maakt om … te communiceren.